Mijn professionele ervaring met rouw- en verlies is heel divers en omvat een aanzienlijk deel van mijn leven.
Ik ontmoette vrouwen die in het verleden (al dan niet gedwongen) afstand van hun kind hadden gedaan en op zoek gingen naar dit verloren kind.
Ik sprak met kinderen die ooit ter adoptie waren afgestaan. Met (echt)paren die onvrijwillig kinderloos waren.Met vrouwen die een zwangerschap niet konden voldragen of in het verleden hadden besloten dat niet te doen, een verlies dat vaak door zwijgzaamheid gekenmerkt wordt.
Met mannen en vrouwen die afscheid van een vriend moesten nemen - die tegelijkertijd hun grootste vijand was: alcohol.
Ik had intense gesprekken met ouders en hun kinderen die een zoon of dochter, broertje of zusje verloren.
Met mensen die hun baan, huis of land kwijtraakten of alledrie tegelijk.
Er waren anderen die hun gezondheid verloren door een ernstige ziekte.
Een van de meest ingrijpende ziekten in een mensenleven is dementie. Niet alleen degene die erdoor getroffen wordt maar het hele systeem waar iemand deel van uitmaakt wordt geraakt. Rouw en verlies zijn er al jaren voor de dood. Lotgenoten ontmoeten gedurende dit proces verzacht iets van het leed.
In individuele en groepssessies zag ik vrouwen en mannen die zichzelf voor een deel leken kwijt te raken door angst of een depressie, wat hen vaak een ervaring gaf van (nauwelijks te durven voelen) verlies.
Altijd zijn er vrouwen en mannen geweest bij wie - zonder dat ze het weten - delen in henzelf vergeten en verborgen zijn geraakt. Ongekend verlies.
Nog steeds mag ik mensen in al hun diversiteit ontmoeten. Het ontroert mij wanneer zij hun hart durven openen.
Ik heb weet van mijn eigen verliezen, vanzelfsprekend verschillend in omvang en duur. En wat heb ik moeten leren onderscheid te maken tussen wat van mij was en wat van de ander!
Ik herinner mij mijn eerste ervaring met de dood, het sterven van mijn oma toen ik twaalf jaar was en het intense verdriet van mijn moeder die haar moeder verloor, terwijl zijzelf nauwelijks drie weken later het leven schonk aan mijn jongste broertje.
Dood en leven zo nauw verbonden...
Nog maar een paar jaar geleden stierf mijn man, enkele weken na een fatale diagnose. Na een levenslange verbintenis was ik alleen.
Naast het intense verdriet was er ook dankbaarheid. Ik moest leren mij opnieuw te verhouden tot het leven, de ander en vooral mijzelf. Relationeel verbinden, intrarelationeel hervinden.
Wat ik geleerd heb van het leven en mijn werk is dat wij mensen diepgaand verbonden zijn en elkaar nodig hebben.
Juist bij ingrijpend verlies waarin we onze eigen, vaak onvermoede opgaven tegenkomen om de rouw en het verdriet volledig aan te nemen.
Rouw mag dan geen ziekte heten maar is wel ongelooflijk rauw. Lichaam, ziel en geest moeten die rauwe pijn verduren. Alleen door het hart kan je helen.
Velen van ons ervaren weliswaar steun maar voelen zich niet altijd begrepen.
Mocht jij meer nodig hebben - en geloof me, dat is voldoende reden - dan kan je contact met me opnemen. Ik kan er voor je zijn met liefdevolle aanwezigheid en compassie, die jij ook voor jezelf kunt leren aanwenden.